Zorgbelang Zuid-Holland - Patiënten en consumenten platform

Welkom in 2015!

Ik hoorde deze nieuwjaarsgroet bij ons in de kerk op 3 januari. Een mooi statement om iemand welkom te heten. Een positieve toon voor een nieuw jaar met grote veranderingen. Veranderingen waarvan we met elkaar hopen dat het verbeteringen worden, zodat uiteindelijk iedereen zich welkom voelt in dit nieuwe jaar.

Ik wil u vanmiddag in mijn verhaal meenemen in de ontwikkelingen die ons allemaal te wachten staan. Zowel de actualiteit als het werk van Zorgbelang Zuid-Holland zal ik daarbij op hoofdlijnen schetsen.

De Wmo 2015, de jeugdwet en de Wlz zijn per 1 januari 2015 ingevoerd. Grote veranderingen voor veel mensen. De verantwoordlijkheden voor meer delen van de zorg komen bij gemeenten te liggen. Tegelijkertijd blijven de zorgverzekeraars verantwoordelijk voor het grootste deel van de zorg. Als Wlz-uitvoerders zijn zij ook de belangrijkste spelers in de langdurige zorg.

Ik ben in de eerste week van het nieuwe jaar al van verschillende kanten door de pers benaderd met de vraag hoe het er mee staat sinds 1 januari en of er al veel meldingen binnenkomen op ons meldpunt. Kennelijk leeft de gedachte dat er per 1 januari direct heel veel anders gaat. De gevolgen van de veranderingen per 1 januari zijn het meest direct voelbaar voor de medewerkers in de zorg. Voor hen was 1 januari de start van een nieuwe baan, het afscheid van oude baan, of de start van een nieuwe activiteit in een heel andere setting. In veel gemeenten zijn nu de wijk- of sociale teams van start gegaan. Elders zijn het gezinsteams en ook zijn er jeugdteams. Nieuw gevormde groepen die met een nieuwe manier van werken aan de slag gaan.

Het is logisch dat zorgvragers nog niet veel van de veranderingen merken. De signalen die we eind 2014 kregen wezen erop dat mensen afwachtend zijn. We moeten nog maar zien hoe de veranderingen gaan uitpakken. Voor veel mensen zal dan ook in de komende maanden meer duidelijk worden.

Wat gaat Zorgbelang Zuid-Holland doen in het kader van alle veranderingen?

In ons werkplan hebben we veel ruimte gereserveerd om de gevolgen van de decentralisaties te volgen. We gaan actief na wat er gebeurt bij de gemeenten, hoe de beleidsplannen worden omgezet in de praktijk. We gaan niet alleen af op meldingen die we krijgen, maar we gaan actief informatie verzamelen en een beeld vormen van de uitwerking in alle gemeenten in Zuid-Holland.

Daarnaast blijven we actief in de ondersteuning van lokale belangenbehartigers. We ondersteunen een aantal Wmo-raden en zijn via het landelijke stimuleringsprogramma Aandacht voor Iedereen (Avi) overal aanwezig. In 2015 zijn we de enige regionaal uitvoerende organisatie in Zuid-Holland voor het programma Avi.

Ook in het kader van de decentralisaties zijn we actief op verschillende manieren om mensen individueel te kunnen ondersteunen, direct of indirect. We zijn met gemeenten in gesprek over vertrouwenspersonen in de Wmo, adviespunten pgb en coaches voor keukentafelgesprekken.

In het kader van de jeugdzorg zoeken we naar wegen om de cliënteninbreng bij gemeenten te stimuleren. Van belang is daarbij dat we het provinciaal platform cliëntenraden in de jeugdzorg kunnen blijven ondersteunen.

Naast veel verschillende initiatieven en projecten bij diverse gemeenten participeren we ook in de landelijke programma’s “Zorg verandert” en “mijn kwaliteit van leven”. Programma’s om zowel mensen te ondersteunen in het kader van alle veranderingen als om de gevolgen van de decentralisaties te monitoren.

Veel van de activiteiten waar we in 2014 aan werkten krijgen een vervolg in 2015. Ik ga dan ook niet ons hele werkplan langs, maar wil er wel een paar elementen uitlichten vanuit de verandering die we als organisatie gaan maken.

Laat ik beginnen met de regio. Ik ben erg blij met de verandering die we een paar jaar geleden hebben gemaakt door te werken van uit één provinciale organisatie vanuit één kantoor met een nieuwe structuur in programmalijnen. We hebben daarmee een belangrijke verbetering weten te bewerkstelligen. Tegelijkertijd zijn we wat kwijtgeraakt, maar dat pakken we weer op. We maken in 2015 de slag om meer regionaal actief te zijn. In de eerste plaats zien we dit terug in de provinciale zorgvragersraad. De raad heeft gekozen voor een andere werkwijze. De raad vergadert nog maar twee keer provinciaal en verder in de regio. Dat betekent niet dat de raad in de huidige samenstelling de regio’s langs gaat. Nee, we zoeken uitbreiding van de raad met mensen die actief zijn in de regio en samen met anderen willen sparren over de ontwikkelingen in de eigen regio. In die regionale vergaderingen zal ook steeds uitgewisseld worden met de adviseurs van Zorgbelang die in die regio actief zijn. Zo gaan we ervoor zorgen dat we ook in onze provinciale zorgvragersraad meer de regionale issues op de agenda krijgen. Alle mensen die deelnemen in de regionale vergaderingen worden lid van de zorgvragersraad en nodigen we twee keer per jaar uit voor een provinciale vergadering om de ontwikkelingen op hoofdlijnen te bespreken en te adviseren over werk- en meerjarenplannen van Zorgbelang.

Onze adviseurs zijn actief in alle regio’s in Zuid-Holland. In 2015 zullen we dit nadrukkelijker gaan vormgeven. We zoeken de aansluiting bij de logische regio’s in de praktijk van het werk. Dat betekent bijvoorbeeld dat we zowel Rotterdam als Den Haag specifiek aandacht geven, evenals de regio’s Rijnmond, zonder Rotterdam, en Haaglanden, zonder Den Haag. In Rotterdam zijn we natuurlijk al jaren actief via onze afdeling Basisberaad. Gelukkig ziet er naar uit dat we met het werk van onze afdeling in Rotterdam ook door kunnen de komende tijd. Wel zullen we de komende tijd in Rotterdam verkennen hoe we ons kunnen verhouden tot de brede participatieraad die daar gevormd wordt.

De lijn van lokaal/regionaal werken sluit helemaal aan bij de algemene landelijke ontwikkeling. Beleidsmatige en uitvoerende verantwoordelijkheden liggen in de regio. Maar dat is niet de belangrijkste reden om naar de regio te gaan. We zien gelukkig steeds meer een tendens waarin de ervaringen van mensen centraal komen te staan. Van abstracte en algemene beleidstukken wordt steeds meer de aansluiting gezocht bij wat de betekenis hiervan is voor mensen. Mensen met hun eigen wensen en ervaringen komen centraal te staan en worden steeds meer als partner gezien. Als ik dit zeg realiseer ik me dat dit nog lang niet overal het geval is, maar ik zie een beweging de goede kant op.

Zorgbelang Zuid-Holland onderkent het belang van deze ontwikkeling. Op verschillende manieren blijven we hier aandacht voor vragen en zetten we innovatieve projecten op die dit ondersteunen en bevorderen. Een van de voorbeelden daarvan is de Suzanne-gedachte en het Suzanne-netwerk waar we in 2015 actief mee aan de slag gaan. Ook veel andere projecten waar we werken met spiegelgesprekken en focusgroepen zijn erop gericht om steeds de ervaringen van mensen centraal te stellen.

Al onze inhoudelijke ambities gaan we in 2015 vorm geven tegen de achtergrond van onzekerheid over de financiering door de provincie. De verwachting is dat na de provinciale verkiezingen het college van Gedeputeerde Staten een beleidswijziging zal doorvoeren waarin het sociale domein wordt afgebouwd. Dat zou betekenen dat wij binnen een aantal jaren onze provinciale subsidie helemaal kwijt zijn. Wij zijn al langere tijd bezig om een antwoord te formuleren op deze mogelijke ontwikkeling. We zoeken naar andere financiers en weten die ook te vinden. We worden steeds meer gezien als relevante partner met een waardevolle bijdrage. Een bijdrage waar men ook bereid is voor te betalen. Dat betekent niet dat we er al zijn. Komend jaar blijven we er hard aan werken om meer verschillende financiers voor ons werk te vinden.

Een mooi succes dat ik graag vanmiddag met u wil delen is het feit dat we bezig zijn om een contract te verwerven voor de onafhankelijke cliëntondersteuning in de Wlz. Zorgbelang wordt, naast MEE, een van de partijen die daarvoor door de gezamenlijke zorgverzekeraars zal worden gecontracteerd. In Zuid-Holland betekent dat een inzet van ongeveer zes fulltimers voor deze functie. Het is mede, misschien wel vooral, door de inzet van Erik Visser dat we deze kans krijgen. Erik, dank voor je inzet en je werk hierin.

Maar ook dit is nog niet rond. Bijzonder ingewikkeld is het feit dat juist deze week onze collega’s in Noord-Holland hebben aangegeven hun organisatie te gaan beëindigen. Ze zien het zonder provinciale financiering, die voor hen stopt per 1-1-2016, niet zitten om als organisatie door te gaan. Met een paar collega’s ben ik inmiddels plannen aan het maken hoe we ook in Noord-Holland kunnen zorgen voor continuïteit met name voor projecten met landelijke financiering.

U merkt, kansen en bedreigingen liggen dicht bij elkaar. Je kan daar verschillend naar kijken. Sommigen zien het glas halfvol, anderen zien het glas half leeg. Ik hoorde daar onlangs een derde variant op, en die wil ik graag oppakken. Dat is namelijk niet de vraag of het glas half vol of half leeg is, maar voor beide situaties is de vraag veel belangrijker: hoe krijg je het glas weer gevuld? Dat is dan ook het perspectief waarmee ik graag samen met u 2015 in wil: hoe krijgen we het met elkaar voor elkaar dat we, ondanks alle onzekerheden, steeds meer kunnen doen. Om zo vanuit de belangen en ervaringen van mensen positief bij te dragen aan de ontwikkelingen in de zorg. Laten we er samen voor zorgen dat er steeds meer glazen gevuld worden!

Robert Boersma

Directeur Zorgbelang Zuid-Holland

Afbeelding