Zorgbelang Zuid-Holland - Patiënten en consumenten platform

Beleid en visie kunnen niet voor je zorgen

Staatssecretaris Van Rijn deed zijn verhaal bij een bijeenkomst in Dordrecht, georganiseerd door de PvdA op 4 maart jl. Het verhaal kennen we: Het is nodig dat de zorg verandert, dat zorg anders georganiseerd wordt. De professionele hulpverlening moet alleen worden ingezet als het echt nodig is. En dat je je af kunt vragen of het goed is om zorg te leveren aan mensen zonder eerst te kijken wat zij zelf kunnen en wat hun omgeving kan doen. Dat dit allemaal ook moet omdat de zorg anders onbetaalbaar wordt.

Vanuit patiëntenperspectief kun je het verhaal ondersteunen. Het is zelfs nodig dat zorg beter op de behoeften van patiënten en hun naasten wordt afgepast. Het is belangrijk dat perverse productieprikkels uit de zorg verdwijnen. Het past bij deze tijd dat patiënten meer eigen regie kunnen voeren. En de zorg moet niet te duur worden, want ook patiënten vinden dat er geld moet zijn voor andere zaken dan zorg.

Vanuit de zaal kwamen veel kritische vragen. Een groot deel van de zaal zat zich voor de bijeenkomst al op te winden en hoopte duidelijk te maken waar het hen om ging. Een groep deelnemers kibbelde over wie dat verhaal namens hen dan moest doen, wie dat kon. Vragen gingen over het tempo van de veranderingen, over bezuinigingen en over de gevoelde kaalslag. De staatssecretaris ging geen vraag uit de weg. Hij probeerde uit te leggen wat de achtergrond is van zijn keuzes en wat zijn toekomstvisie is. Het nam de frustratie niet weg. Sommige vragen waren sarcastisch. Iemand opperde dat er dan maar meer euthanasie moest worden verleend, of een euthanasiepil in het basispakket moest. Een mantelzorger werd het teveel. Bij het stellen van haar vraag schoot ze vol. Ze kon niet meer. Een moeder werd boos over het uitblijven van duidelijkheid over het persoonsgebonden budget (pgb) van haar zoon.

De staatssecretaris zegde toe na het programma in gesprek te gaan met deze en gene. Hij wilde meer weten van hun persoonlijke omstandigheden, maar kreeg echter geen kans het goed te doen. De mensen waren het zat. Zij ervaren een ivoren toren van de zorgverzekeraars, de bureaucratie in de zorg, de hulpverleners die minder tijd voor ze hebben, de hulpverleners die hun baan kwijtraken, de mensen die door hoge zorgkosten in de schulden zitten. Waar moesten ze beginnen? Begreep de staatssecretaris ze niet of wilde hij ze niet begrijpen? De staatssecretaris stelde in het beantwoorden van de vragen regelmatig vast dat hij en de vragenstellers hetzelfde beoogden. Dat maakte een groot deel van de zaal nog bozer.

Er moet gezegd dat een deel van de boosheid politiek geladen was. Er waren veel SP-ers in de zaal, die, los van de toon in de vraagstelling, ook een punt hadden: de marktwerking in de zorg is geen oplossing voor de huidige problemen in de zorg. De staatssecretaris had ook gelijk: voor die problemen is overheidssturing al helemaal geen oplossing.

Wat niet benoemd werd, is dat de mensen in de zaal meemaken dat het maatwerk dat de staatssecretaris wil voor hen, erg ver weg is. Ze zien het ook niet ontstaan, nog geen begin ervan. Ga maar na: de gemeente heeft verschillende loketten die naar elkaar verwijzen. Wijkteams zijn nieuw, maar klinken als een nieuwe trechter. Luisteren ze echt naar ja? En als je ‘ns belt kom je terecht in een belmenu. Als je als mantelzorger hulp vraagt, krijg je het niet zomaar, je moet dan een paar bureau’s langs. Een ambtenaar bepaalt of je door mag. Dat herkennen mensen als het systeem dat bepaalt en geen ruimte geeft aan wat zij willen.

Je hoort de wethouder van je gemeente de verwachting uitspreken dat mantelzorgers meer moeten doen. Is het raar dat mensen dat op zichzelf betrekken? Hoe ontvang je zo’n boodschap als je al vijftien jaar zorgt voor een gehandicapt kind? Of als je al een aantal jaar zorgt voor je demente partner? Je voelt je klemgezet en komt in opstand. De woorden van de staatssecretaris komen dan over als rationele concepten, die niet passen bij de eigen waarneming. Je wordt boos omdat de mensen om wie jij geeft niet krijgen wat nodig is, hetgeen waar je voor staat wordt geweld aangedaan.

De staatssecretaris toont in gedrag weldegelijk een sociaal gezicht, hij blijft net zo lang tot iedereen die hem wilde spreken dat ook heeft gedaan. In zijn plannen wil hij ruimte maken voor wat mensen ervaren. Je kunt zeggen dat hij zijn best doet. Als het echter niet lukt om tastbaar te maken dat maatwerk weldegelijk kan en als het de hulpverlener en de patiënt niet lukt om de dialoog voeren, gaat de decentralisatie niet lukken. Dan trekken de patiënten en de staatsecretaris in elk geval allebei aan het kortste eind.

Systemen zijn gedreven om hun status quo te behouden. Ze moeten afgebroken worden om een nieuw stelsel de kans te geven.

Erik Visser
Programmamanager Zorgbelang Zuid-Holland

5 maart 2015

Afbeelding